ClimaCraft — kennisbank — artikel
ClimaCraft
← Terug naar de kennisbank

Alleen gecertificeerde bedrijven mogen nog aan je gashaard werken — waarom die wet er kwam

Sinds 1 april 2023 mag alleen een gecertificeerd bedrijf werken aan gasverbrandingstoestellen: cv-ketels, geisers en dus ook gashaarden, inclusief de rookgasafvoer. Geen brancheregel maar een wet — en wie het waarom kent, begrijpt meteen waarom die CO-meting bij elk bezoek hoort.

Het rapport dat alles veranderde

In 2015 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid het rapport “Koolmonoxide — onderschat en onbegrepen gevaar”. Twee conclusies sloegen in. Ten eerste: het werkelijke aantal slachtoffers ligt drie tot vijf keer hoger dan de cijfers die iedereen aanhield — al uitgaand van vijf tot tien doden en honderden ziekenhuisopnames per jaar. Ten tweede, en dat was de echte schok: de meeste ongevallen gebeurden niet bij oude, verwaarloosde toestellen, maar bij moderne installaties die er verzorgd bij stonden — óók waar een vakman was langs geweest. De vrijwillige erkenningsregelingen van de branche boden dus schijnzekerheid. De Raad adviseerde wat er tot dan toe niet was: een wettelijk verplichte erkenning voor iedereen die aan verbrandingsinstallaties werkt.

Wat de wet regelt

Dat advies werd het CO-stelsel dat sinds 1 april 2023 verplicht is. Een bedrijf mag alleen nog aan gasverbrandingstoestellen werken met een geldig CO-certificaat, met monteurs die hun vakbekwaamheid aantoonbaar hebben gehaald, en met meetapparatuur die aan de norm voldoet. De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw houdt toezicht en beheert het openbare register waarin je elk gecertificeerd bedrijf kunt opzoeken; gecertificeerde monteurs dragen het CO-vrij-beeldmerk en kunnen zich ermee legitimeren. Werken zonder certificaat is sindsdien strafbaar — voor het bedrijf én voor wie het inhuurt geldt: controleer het register.

Wat dat aan mijn kant betekent

Certificering is geen sticker op de bus. Het certificaat komt van een onafhankelijke instelling — in mijn geval Kiwa, die het kwaliteitssysteem toetst, het werk audit en het CO-vrij-certificaat afgeeft. Ik draag dat keurmerk via SONN, Service en Onderhoud Netwerk Nederland: het landelijke servicenetwerk waarbinnen ik het gaswerk doe en dat als bedrijf Kiwa-gecertificeerd is; de aantoonbare vakbekwaamheid hoort bij mij als monteur. Het stelsel eist verder meetapparatuur die gecertificeerd én jaarlijks gekalibreerd is — een meter die niet aantoonbaar klopt, telt niet — en elke meting wordt vastgelegd: de administratie hoort erbij. Daar ben ik eerlijk over: dat werkt allemaal kostenverhogend — het certificaat, de kalibratie, de administratie-uren. Aan veiligheid hangt helaas een prijskaartje, en dat zie je terug in het tarief van gecertificeerd gaswerk. Wat je ervoor terugkrijgt: zekerheid dat degene aan je haard aantoonbaar weet wat hij doet, met gereedschap dat aantoonbaar klopt.

Wat je van de meting merkt

Elk bezoek aan een gashaard — storing, onderhoud of keuring — sluit ik af met de CO-meting: met een gekalibreerde meter meet ik of er koolmonoxide in de opstellingsruimte vrijkomt. De wet legt de grens vast: een toestel mag alleen in bedrijf bij minder dan 5 ppm in de ruimte. Meet ik meer, dan blijft de haard uit tot de oorzaak gevonden en verholpen is — en boven de 20 ppm in een verblijfsruimte geldt bovendien een wettelijke meldingsplicht bij de gemeente.

En voor thuis: de melder

De meting pakt de bron aan; een CO-melder is je vangnet voor de rest van het jaar. Hang hem op de plek die de handleiding van de melder voorschrijft en vervang hem op tijd — melders hebben een beperkte levensduur. Wil je dat ik bij het volgende onderhoud meekijk of je melder goed hangt: plan een afspraak — reactie dezelfde avond.

Hand met CO-meter die nul ppm aanwijst voor een brandende gashaard
0 ppm — de meting waarmee elk bezoek eindigt